Emotionele impact

Op vakantie heb ik een verhaal geschreven over traumaverwerking, om mijn visie hierop uit te drukken. Het is voor mij als een samenvloeiing van ervaringen van de verwerking van mijn eigen trauma, de verwerking van trauma’s bij cliënten in mijn praktijk en de opgedane kennis van de opleidingen en leermeesters op mijn pad. Ik deel het hier graag.


Emotionele impact

Het Lichaam is een systeem vol fysieke en onstoffelijke stelsels en banen, zoals bloedbanen, zenuwbanen, energiebanen, lymfebanen, het spijsverteringsstelsel. Het kenmerk van deze banen is, dat ze stromen en/of circuleren. Zodra er stagnatie, ophoping plaatsvindt, door een fysieke of emotionele impact, ontstaat er een disbalans, of ziekte. Een fysieke impact toont zich meestal helder en snel. Bij een emotionele impact is dat anders…

Het is een mistige dag. Mijn emotiewagenpark rijdt net als alle dagen over mijn innerlijke wegennet. Het is onrustig in bepaalde gebieden, auto’s rijden harder en minder gecontroleerd rond. Vandaag loopt alles anders dan ik dacht. De veiligheidssystemen worden getroffen door een brute kracht van buitenaf. Het drukt ferme deuken in mijn emotieauto’s. Wat gebeurt er? Ik kan even niet alert reageren. Dit gebeurt buiten mijn controle om. Ik ben niet meer de baas en laat de kracht ongewenst binnen, volledig over mijn grenzen. De twee diepst geraakte auto’s worden met een enorme stuwkracht van de weg geblazen, een afgelegen weggetje in. Verdwaasd en verdoofd van het geweld kom ik bij.

De kracht van buitenaf is weg, maar de gedeukte auto’s zijn om mij heen. Hoe ben ik hier terecht gekomen? Ik ben hier totaal onbekend. Ik zie niemand die me kan helpen. Er rijdt geen andere auto. Het wordt me duidelijk dat ik ben verdwaald. Ik heb hier helemaal geen tijd voor, dus besluit ik uit te stappen en de auto’s achter te laten, midden op de weg. Ik heb nog genoeg andere auto’s te besturen, dus ik kan hier ook niet al te lang blijven. Ik verplaats mijn bewustzijn naar de andere auto’s uit mijn emotiewagenpark en rij verder. De gedeukte auto’s staan daar nog, maar ik probeer die maar te vergeten. Ik koop er twee andere auto’s voor terug. Deze zijn wel kleiner en minder comfortabel, maar ik doe het ermee. Een auto is een auto, maak ik mezelf wijs.

Jaren gaat alles goed, ik heb mijn wagenpark weer onder controle, zo lijkt het. De dagen zijn wel iets minder helder de laatste jaren. Eigenlijk sinds de impact. Jammer, want het beperkt een deel van mijn zicht. Natuurlijk ben ik die verlaten auto’s niet vergeten, ik weet nog precies waar ze staan. Angst weerhoudt me ervan om er te gaan kijken. Wat zal ik daar aantreffen? Wie weet zijn de auto’s totaal verroest en kruipen er slangen omheen. Ik wil er niet heen. Hoewel ik moet zeggen dat ik die auto’s wel mis, want die reden veel lekkerder.

Een jaar later, het is weer mistig op de wegen, net als toen. Ik herken de situatie, al is hij net even anders. Wanhopig probeer ik mij te wapenen, maar ik weet niet hoe. Angstig en beschaamd zie ik met lede ogen toe hoe deze brute kracht mij met de twee kleinere auto’s van de weg duwt, het verlaten weggetje in, net als toen. Een ijzige rilling kruipt over mijn rug, mijn nachtmerrie komt uit: Voor mij staan de twee auto’s die ik jaren geleden achterliet. Ik sla mijn handen voor mijn ogen en wil er niet naar kijken. Gehaast laat ik de twee kleinere auto’s achter bij de twee oude en vlucht weg.

Ik snel naar de winkel om twee nieuwe auto’s te kopen, maar ze verkopen deze niet meer. In paniek sluit ik alle wegen die naar de verlaten weg zouden kunnen leiden af en ik probeer alles eromheen te vergeten.

Vanaf die dag ga ik verdoofd door het leven. Mijn wagenpark rijdt op de automatische piloot. Geen auto doet zijn rondjes nog met plezier. Sommige stoppen er zelfs mee, staan zonder brandstof of met een lege accu. Ach, het kan me ook niet erg veel schelen.

De nacht erna krijg ik een droom. Ik zie mijzelf touren door kleurige valleien vol bloemen. De zon schijnt en alles is kraakhelder. Er galmt een stem door het dal en ik hoor duidelijk dat het aan mij is gericht. De stem roept: “Verlos jezelf … Zelf … Zelf … Zelf.

Als ik wakker word en mijn ogen open, is de mist opgetrokken. Als met een moker, voel ik vol binnenkomen hoe mijn wegennet verstopt is geraakt. Ik kijk om mij heen en overal zie ik stilstaande auto’s die mij met verlangende ogen aankijken. Ik besef me dat ik ze al heel lang niet meer heb aangekeken of aangestuurd. Ik heb ze aan hun lot overgelaten.

Nu overvalt me een gevoel van schaamte en verdriet en ik stort met mijn knieën op de grond, leg mijn voorhoofd in de schoot van Moeder Aarde en sla mijn hulpbehoevende ogen naar haar op. Ik voel hoe haar warmte mij omringt en geruststelt. Zij kent mij en vertrouwt mij. Zij laat mij voelen hoe het ooit was, hoe levendig en vol inspiratie ik was. Ze laat me de betekenis voelen die ik gegeven heb aan de verlaten auto’s, het verlaten weggetje. Ik voel de angst opkomen en keer mij af. Ze vertraagt de beelden en gevoelens en ik kan het met angst aanzien. Opnieuw vertraagt zij de beelden en ik begin te begrijpen en durf het verleden te voelen. Ze laat me situaties herbeleven waarin ik sterk ben en mijn auto’s bemoedig en geruststel. Nog eens vertragen de beelden en ik hoor haar zeggen: “Is het waar?” Ze laat me zien hoe prachtig mooi het weggetje is dat ik heb afgesloten, dat het er niet eng is, omdat het mijn weg is. Ik ben er bekend, het weggetje hoort bij mij.

Mijn lijf begint te trillen en te beven, ik transpireer bovenmatig en mijn lichaamstemperatuur schiet omhoog en omlaag. Als ik uitgerild ben, schieten mijn ogen vol en heb ik uren nodig voor een ontembare tranenstroom. Ik voel dat het goed is, dus ik laat het helemaal toe.

Mijn lichaam trilt opnieuw, maar nu anders. Langzaam voel ik de kracht weer mijn wegen vloeien. Ik krijg weer energie, weer eigenwaarde terug. In een diepe zucht dank ik mijn Moeder en richt mij op. Mijn ogen staan weer scherp.

In een flits schiet ik in vogelvlucht over mijn wegennet en overzie het geheel. Direct weet ik wat me te doen staat… mijn wegennet ontstoppen. Ik vul de brandstof en accu’s aan. Mijn auto’s pakken hun koers weer op. Als laatste ga ik naar het weggetje met de gedeukte auto’s. Alles is nog zoals ik het achterliet, maar het voelt lichter. Ik voel er geen dreiging, geen angst meer. De deuken gaan er niet meer uit maar ik vind ze goed zo. Ik start ze allemaal en rij ermee weg, de hoofdwegen op. Dat is weer fijn. Zo compleet.

Nu rijden er van deze emotieautotypen vier in plaats van twee rond. Het voelt ervarener dan voorheen. Gevoeliger op dit vlak. Eindelijk, na jaren, kan ik het leven weer in de volte beleven. Beschadigd, maar vol.

‘s Avonds als iedere auto zijn weg zoekt, om zich voor te bereiden op de droomtijd, kijk ik nog een keer over mijn wegennet. De auto’s rijden rustig en zelfverzekerd rond. Voldaan zie ik, hoe in de verte de ondergaande zon het wegdek van het verlaten weggetje goud kleurt.

 

(Michiel Lap, mei 2016)